© 2009 Humanistische Denktank CFI


STEUN DE CAMPAGNE
De campagne is afhankelijk van giften. Wilt u dat atheïsme ludiek onder de aandacht wordt gebracht, steun dan de campagne.
Postbankrekeningnummer:
30 36 255 op naam van Stichting Center for Inquiry Low Countries, Bunnik o.v.v. Atheïsme Campagne




Bunnik, 6 februari 2009
Beste tante,
Dank voor het toesturen van het boek Een geschiedenis van God van Karen Armstrong.
De atheïsme campagne leidt ertoe dat ik stapels e-
‘Zat jij niet op een christelijk gymnasium in Zeist? Heb je daar dan geen godsdienst onderwijs gehad? Vind je dat er wel uit de bijbel moet worden verteld aan kinderen en ook uit de Griekse en Romeinse godenverhalen in verband met beter begrip van onze cultuur?’
Ja, ik heb gymnasium gedaan op het Christelijk Lyceum in Zeist. Daar hadden wij verplicht het vak godsdienst, o.a. van ds. Barnard. Ook was er, in de eerste jaren dat ik er op school zat, en later wonderbaarlijk niet meer, een religieuze dagopening, met een Bijbelpassage, een meditatie en een gebed. Iedereen negeerde dat braaf. Bij godsdienst werd er wel iets over het christendom, de bijbel en andere wereldreligies verteld. Zo hebben we ooit de namen van de Bijbelboeken uit het hoofd geleerd. Veel Bijbelkennis is mij niet bijgebracht op school, nog van huis uit, want katholieken hebben niet zoveel op met de bijbel. In de kerk was het luisteren, zingen (playbacken) en een taai koekje ophalen. Pas toen ik kunstgeschiedenis studeerde in Leiden heb ik veel kennis van het christendom en met name christelijke iconografie opgedaan. Toen ik zelf de bijbel eens probeerde te lezen, liep ik al snel vast in het oude testament, want het is toch een behoorlijke saaie, onsamenhangende en wrede tekst. De vier evangeliën (behalve die van Johannes) gaan nog wel. Ik vind dat kinderen geschiedenis en cultuurgeschiedenis moeten krijgen op school. Het christendom is onderdeel van de westerse cultuur, dus daar zou aandacht aan besteed moeten worden, maar ook aan andere wereldgodsdiensten, als boeddhisme. Er is echter een verschil tussen godsdienstles en les over religie. Godsdienstles is les over een bepaalde godsdienst vanuit het perspectief van die godsdienst waarbij de waarheid van die godsdienst niet ter discussie staat met als doel om zieltjes te winnen. Les over godsdienst is het overdragen van kennis over een religie. Ik ben trouwens geen voorstander van religieus onderwijs, volgens mij is het beter als er alleen algemeen openbaar onderwijs is (met onderwijskundige en didactische differentiatie) en geen religieus geïnspireerd onderwijs. Als de leerling aan de lerar(es) vraagt: bestaat god? Dan dient de lerar(es) mijn inziens te antwoorden: Nee, er zijn geen (wetenschappelijke) argumenten te geven voor het bestaan van een god.
Een atheïst kan wel degelijk religieuze kunst waarderen, maar z/hij ziet dat puur als kunst, niet als religieuze kunst.
Onlangs was ik terug op mijn middelbare school, voor een sollicitatiegesprek. Voor godsdienstleraar. Met de rector en de godsdienstleraar had ik een plezierig gesprek. In de advertentie werd niet gevraagd om een belijdend christen. Ik betoogde dat ik als filosoof een gedegen kennis heb van met name het christendom en religiefilosofie, dat ik als Japanoloog kennis heb van boeddhisme en shintoïsme, en dat ik zelf actief ben in het humanisme. Ik heb ook vermeld dat ik atheïst ben. De rector ‘vond het wel jammer dat ik niks met het christendom had’, maar niet bezwaarlijk. Ik ben het uiteindelijk niet geworden omdat ze me ‘te zwaar’ vonden om onderbouw les te geven en ik niet veel ervaring heb met lesgeven aan jonge kinderen. Als ik godsdienstleraar was zou ik de grote wereldgodsdiensten behandelen. En christelijke schilderkunst en muziek. Ook zou ik een willekeurig gekozen religie, uit Mircea Eliades Encyclopedia of World Religions, behandelen.
U schrijft: ‘Je doet erg je best om het atheïsme te verbreiden en ik weet eigenlijk niet goed waarom. De mensen die in de laatste decennia de kerken hebben verlaten hoef je niet te overtuigen en de mensen die wekelijks naar de kerkdiensten gaan kun je niet overtuigen. Maar waarom zou je?’
Er zijn drie redenen waarom ik het belangrijk vind om atheïsme en humanisme te promoten. Ten eerste om te zorgen dat atheïsme geen beladen term meer is. Het is niet gebruikelijk dat mensen zeggen dat ze atheïst zijn. Veel ongelovigen gebruiken die term niet, omdat de term beladen is. Ten onrechte. Niet geloven is de normale optie, geloven (in de zin van iets voor waar aannemen waarvan je wel kunt nagaan dat het niet zo is) is abnormaal. De atheïsme campagne in Nederland wil vooral een positieve boodschap uitdragen: atheïsme is heel normaal, gebruik je verstand en probeer van het leven te genieten. Dat is toch geen vreemde boodschap om te promoten? Ten tweede heeft religie ook in de Nederlandse samenleving veel sociale en juridische privileges, zoals het recht op religieus geïnspireerd onderwijs (art. 23 in de Grondwet), de ambtseed, religieuze ziekenhuizen en bejaardentehuizen door de overheid gesubsidieerd et cetera, terwijl de meerderheid van de bevolking ongelovig is. Daar komt bij dat ik religie als een individuele hobby zie, zoals bridge, maar dat bridge geen geprivilegieerde positie heeft. Ten derde gaat het mij vooral om de negatieve effecten van religie. Religie kan een moreel verderfelijke invloed uitoefenen. Kinderen worden, met name in orthodoxe kringen, geïndoctrineerd met onwaarheden en allerlei (seksuele) taboes. Religie is een obstakel voor vele vormen van emancipatie: vrouwen, homoseksuelen, vrijdenkers, andersgelovigen, libertijnen.
U wijst erop dat onze slogan ‘God bestaat waarschijnlijk niet’ eerder agnostisch
is dan atheïstisch. Met waarschijnlijk bedoelen we: met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid.
Het is logischerwijs niet mogelijk het niet bestaan van iets aan te tonen. Het is
niet mogelijk om te bewijzen dat Sinterklaas of kabouters niet bestaan, maar het
is ook niet erg waarschijnlijk. Zo ook met god. Trouwens, ook gelovigen zijn atheïsten.
Er zijn door mensen in de loop der eeuwen tienduizenden goden verzonnen. Ik neem
aan dat u in geen van die goden gelooft, zelfs niet in de Olympische goden. Een atheïst
gelooft in nog een god minder. Het is mogelijk dat de Dowayoo in Noord-
Karen Armstrong is in haar boek enerzijds kritisch over de Abrahamitische godsdiensten, maar anderzijds wil zij er wel iets van behouden, maar wat? In de laatste alinea concludeert zij dramatisch: ‘De mens is niet tegen leegheid en verlatenheid bestand; hij zal dit vacuüm altijd opvullen door een nieuw zinvol richtpunt te scheppen.’ Dit is een vorm van projectietheorie: de mensen hebben een zinvol richtpunt nodig, dus verzinnen ze een zinvol richtpunt. Het is mij echter niet duidelijk waarom een zinvol richtpunt niet bijvoorbeeld de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens zou kunnen zijn. Uit Armstrongs bewering dat ‘de mens niet tegen leegheid en verlatenheid bestand is’, moet ik concluderen dat ik, volgens Armstrong, geen mens ben, want ik ben prima bestand tegen leegheid en verlatenheid (al weet ik niet precies wat verlatenheid inhoudt). Er is geen andere zin aan het leven dan de zin die je er zelf aan geeft, en dood is dood, laten we er nu met z’n allen het beste van maken en genieten van dit leven. Ik denk echter dat de mensheid voorlopig nog wel in grote aantallen gelovig zal blijven, omdat de verleiding te geloven wat je wil geloven groot is. Mijn atheïstisch credo is om religie als cultuur te zien, en dat als cultureel erfgoed te koesteren, en verder zelf het leven vorm te geven met mensenrechten als richtpunt. Volgens Armstrong zijn atheïsten als Freud, Schopenhauer en Nietzsche eigenlijk maar zielige mannetjes: ‘Het is zeker waar dat sommige atheïsten die God wilden afschaffen, tekenen van geestelijke overspannenheid vertoonden.’ In de kantlijn staat met potlood groot ‘OK’. Het gaat echter niet om het afschaffen van god, want hoe kan je iets afschaffen dat niet bestaat?, maar om religie te bekritiseren. In een vrije en open samenleving (die alleen maar vorm kan krijgen als de macht van religie beperkt blijft) dienen alle ideeën en meningen aan kritische analyse onderworpen te worden. Religieuze morele en kennisclaims hebben grote moeite zich staande te houden in het licht de rede. Maar zoals kinderen prima kunnen leven nadat ze hebben ontdekt dat Sinterklaas een verzinsel was, zo kunnen mensen ook prima leven zonder god.
Hartelijk gegroet,
Uw atheïstische neef,
Floris